Familie Kint

Sawatdiikhrap Phiinoong! Hallo broeders en zusters!

Voor degenen die ons nog niet kennen: Wij zijn Erwin en Lisette Kint en samen met onze drie dochters Noëlle, Lilian en Naomi zijn we eind Augustus 2010 uitgezonden naar Thailand. In de Herfst 2010 editie van Oost-Azië’s Miljoenen schreven we reeds een artikel met wat meer over onszelf wat u via deze link kunt nalezen. Inmiddels zijn we als ik dit schrijf een half jaar in Azië en ruim 5 maanden in Thailand, wat betekent dat we ongeveer op de helft zijn van ons eerste jaar taalstudie. Na dit eerste taalstudiejaar zullen we naar Bangkok verhuizen om ons daar in te zetten voor gemeentestichting. Dat kan op verschillende manieren en daarom zijn we momenteel met de teamleider van Bangkok in gesprek over wat een geschikte plek zal zijn en wat de precieze invulling van onze ministry gaat worden.

Het zijn niet alleen gesprekken die we hebben over onze toekomstige ministry. We bidden daar tevens met verschillende mensen heel concreet om. We bidden om God’s sturende hand in dit proces en of God contacten met Thaise mensen wil gebruiken om ons de weg te wijzen. We bidden daar verwachtingsvol om. We hebben in de afgelopen jaren al zo vaak ervaren dat God precies weet waar we zijn en weet wat we nodig hebben. Een voorbeeld: Net voordat naar Thailand vertrokken, vernamen we dat er geen andere mission-kids waren in de plaats waar de taalschool staat. Onze jongste dochter was aanvankelijk de enige samen met de oppas in de kinderopvang van de taalschool. De oudste twee misten ontzettend hun vriendjes van school in Nederland. Vurig hebben wij, en vele andere met ons, gebeden om vriendjes en speelmaatjes voor onze kinderen. Drie maanden geleden kwam er een eerste speelmaatje voor Naomi van een Zwitsers gezin en onlangs is er een nieuw zendings-gezin uit Australië neergestreken in Lopburi voor taalstudie met jawel....twee jongens en één meisje met bijna dezelfde leeftijden als onze kinderen. God verhoort, Hij weet wat we nodig hebben, Hij weet beter dan wijzelf wat het beste voor ons is. Dat geeft ook vertrouwen voor de toekomst, ondanks dat het laatste woord over onze toekomstige werkplek nog niet gesproken is.

De taalstudie is zeer intensief en houdt niet op na het eerste jaar. In totaal zijn er 3 studiejaren, maar na het eerste jaar wordt taalstudie naast de bediening gedaan. Het is ontzettend belangrijk om de taal goed te spreken. Het is namelijk niet eenvoudig om het evangelie eenvoudig en voor Thai begrijpelijk uit te leggen. De taal is een barrière, maar ook het verschil in cultuur en religie, normen en waarden met onze cultuur is een barrière. Onlangs las ik in een boek over buddhisme deze quote (eigen vertaling): ”Als je een overtuiging hebt, die afhankelijkheid van anderen stimuleert, dan is het geen Buddhisme.” Het buddhistisch gedachtegoed leert dat men juist door eigen inzicht tot “verlossing” kan komen. Hoe nodig is het dat de Thaise mensen ook horen, dat het vertrouwen op een Ander, wél redding brengt! Daarnaast is in Thailand sprake van een vermenging van het oude animistische geloof en de praktijk van het gunstig stemmen van geesten met het later in Thailand gekomen buddhisme. Dit zogenoemde “volksbuddhisme” heeft een donkere spirituele realiteit. Hoe nodig is het voor de Thaise mensen om ook te horen over Jezus, aan wie alle macht is in de hemel en op de aarde. We zijn dankbaar dat we ruim de tijd hebben om de taal en de cultuur te leren kennen alvorens we met onze bediening beginnen.