Filippijnen

Bekend als het enige Christelijk land in Azië, is de Filippijnen nog steeds aan het herstellen van de economische en politieke tegenslagen in haar streven om zich te vestigen in de wereld van vandaag.

Bevolking

Bevolking: 93.616.853
Bevolkingsdichtheid: 312 per km2
De term Filippino, werd gebruikt voor mensen van Spaanse afkomst is die op de Filippijnen geboren zijn. Maar wordt sinds de 19de eeuw ook toegepast op de ‘christelijke’ Maleis-Indonesische bevolking (95% van de bevolking)
De bevolking is ongelijkmatig door het land verspreid. Grote gebieden zijn vrijwel onbewoond terwijl andere gebieden een relatief hoge bevolkingsdichtheid hebben. Zo wonen er meer dan 10 miljoen mensen in de hoofdstad Manilla.

Religie

Katholiek: 76,86 %
Protestants: 6,20%
Moslim: 5,65 %
Boeddhist: 0,1%

Taal

Op de Filippijnen is geen universele taal. Er zijn acht grote talen en ongeveer 170 kleine taalgroepen. De officiële taal is Filippijns, die gebaseerd is op Tagalog, een Malayo-Polynesische taal beïnvloed door Spaans, Chinees en Arabisch.
Engels wordt gebruik door de overheid, het bedrijfsleven en hoger onderwijs.

Geografie
Plattegrond van de Filippijnen

De Filippijnen heeft meer dan 7000 eilanden, waarvan Luzon (Noorden) en Mindanao (Zuiden) de grootste zijn.
De eilanden zijn bergachtig en van oorsprong ontstaan uit een vulkaan. Aardbevingen zijn vrij “gewoon” in de Filippijnen en er zijn ongeveer 20 actieve vulkanen.

Klimaat

De Filippijnen heeft een gemiddelde temperatuur van ongeveer 27° C, in de binnenlanden is het nog warmer. Het regenseizoen is van mei tot november, het droge seizoen van december tot april.

Geschiedenis

De Filippino’s zijn van gemengde afkomst, met name Maleisië afkomst, maar ze hebben ook Indiase, Chinese, Europese en Amerikaans erfgoed.
In de 13de eeuw spreidde de islam zich uit naar de zuidelijke eilanden, waar zo’n 13 etnische- linguïstische groepen de islam aannamen. Op die eilanden is nog steeds een sterke islamitische identiteit.
In 1521 werden de eilanden ontdekt door een Europeaan en in 1542 werden de eilanden geclaimd door Spanje, ter ere van hun koning Philip II. Meteen daarna kwamen ook de zendelingen.
Veel mensen kwamen tot geloof. Sommigen gedwongen, maar velen doordat zij onder de indruk waren van de ceremoniële pracht en praal van de rooms-katholieke kerk. Het werk van de zendelingen werd opgezet vanuit Spaanse overheersing en verenigde de Filippino’s met elkaar doordat zij een religie hadden.
De conflicten met moslims in het zuiden ontstonden in het begin van de Spaanse invloeden tot de dag van vandaag. Sommige bevolkingsgroepen in de bergen zijn niet beïnvloed door moslims of christenen en zijn animistisch gebleven.
De eilanden zijn relatief rust gebleven tot het einde van de 19de eeuw, toen er verschillende verenigingen werden opgericht om te rebelleren tegen de Spanjaarden, en onafhankelijkheid werd geclaimd.
Toen de Filippino’s hun strijd voor vrijheid leken te winnen en de onafhankelijkheid binnen handbereik hadden, werden de eilanden door Spanje afgestaan aan de Verenigde Staten.
De Filippino’s moesten zich neerleggen bij een nieuwe koloniale regering.
Het Amerikaanse beleid veranderde regelmatig, maar in 1936 werd overeenstemming bereikt om de Filippijnen onafhankelijk te maken. De Tweede Wereldoorlog kwam echter tussenbeide en de Japanse bezetting veroorzaakte wijdverspreide vernietiging.
Echter, op 4 juli 1946 werd de Filippijnen officieel ‘de republiek der Filippijnen’. De wederopbouw van het land, zowel economisch, sociaal en politiek heeft tientallen jaren geduurd. Het tij leek gekeerd toen Ferdinand Marcos in 1965 werd verkozen tot president. Maar er bleef onrust bestaan, en in 1972 verklaarde Marcos de krijgswet, waarmee hij regeerde tot 1986. Hij vluchtte het land uit na een frauduleuze verkiezing en nam een onbepaalde hoeveelheid illegaal verkregen rijkdom met hem mee.
Corazon Aquino, de vrouw van de vermoorde oppositieleider, werd de nieuwe president. Haar regering overleefde zeven staatsgrepen, maar behaalde weinig succes met betrekking tot de economische situatie, het leger of de vermindering van de impact van de communistische en islamitische guerrilla oorlogen.
In 1992 werd Fidel Ramos verkozen tot president, dit was de eerste democratische wisseling van de regering in 26 jaar.
Onder Ramos kende het land economische groei en stabiliteit. In juni 1998 werd Josheph Estrada verkozen als president voor 6 jaar, maar hij werd verdrongen na corruptieschandalen in begin 2001 en werd vervangen door Gloria Macapagal Arroyo. Mevrouw Arroyo had te kampen met een sterke oppositie nadat zij beschuldigd werd van fraude in de verkiezing van 2004.