Volkschristendom
Inleiding
De Filippijnen staat bekend als het enige christelijke land in het Verre Oosten. Ongeveer 66 procent van de bevolking is in naam of praktiserend Rooms Katholiek, ongeveer 7 procent van de bevolking is Protestant. Veel van het christendom is echter vermengd met animisme, wat een Volkschristendom te weeg brengt.
Inheemse godsdiensten
De eerste Filipino’s praktiseerden animistische godsdiensten. Aangezien er meer dan 7.000 eilanden zijn, bestond er een grote verscheidenheid aan animistisch geloof en praktijk, corresponderend met de vele stamgroepen en talen. Opeenvolgende golven van immigranten introduceerden het Hindoeïsme en de Islam; later ook het Christendom.
Verslagen, opgesteld door Spaanse kolonisten en missionarissen – en bestaande stamgodsdiensten – tonen aan dat de inheemse Filipino’s in een oppermachtige hemelgod of scheppergod geloofden. Deze god was onzichtbaar, zijn naam was heilig en werd alleen gedurende rituelen uitgesproken; er werden geen afbeeldingen van hem gemaakt. Men geloofde dat hij zo ver verwijderd stond van de mens, dat contact vaak via een lagere godheid werd gemaakt via de weg van gebeden en rituelen. Deze lagere godheden werden opgedeeld in goedaardige en kwaadaardige; beiden werden te hulp geroepen of te vriend gehouden.
Er bestond ook een geloof in een soort ‘drie-eenheid’ van goden. Onder de hemelgod stond zijn zoon, die gewoonlijk geassocieerd werd met de zon. Er bestond ook een andere god, die eigenlijk altijd als een geest beschouwd werd. (Hoewel dit geloof raakvlakken heeft met het Christendom, zijn overeenkomsten ook in het Hindoeïsme en de godsdiensten van de Stille Zuidzee te vinden.) Over het algemeen werden van deze goden geen afbeeldingen gemaakt.
Het primitieve animisme
Onder de zeer oude godsdiensten valt ook het animisme. Geesten werden verondersteld in allerlei objecten te wonen, vooral in de natuur, zoals in bomen, rotsen, water, weersomstandigheden. Men bracht offers aan deze geesten. Plaatsen waar men geloofde dat kwaadaardige geesten woonden, werden gemeden. Ook geloofde men dat geesten in dieren konden wonen en soortgelijke geesten woonden ook in mensen.. Zodoende werden sommige dieren als heilig of symbolisch beschouwd.
Leven na de dood
De meeste Filipino’s geloofden in een leven na de dood. Het geloof in een hemel voor goede mensen en een hel voor slechte mensen was wijd verspreid. Over het algemeen dacht men dat de hemel en de hel in verschillende niveaus was onderverdeeld, waartussen de ziel zich kon bewegen door goede werken. Sommige stammen geloofden dat zielen naar verschillende plaatsen gingen overeenkomstig de wijze waarop zij waren gestorven. In veel regio’s van de Filippijnen dacht men dat een mens meer dan één ziel had; soms wel twee of drie zielen. Van die twee ging de goede ziel naar de hemel en de slechte naar de hel, of bleef op aarde. Sommige stammen geloven nog steeds, dat als een kind geboren wordt kort na het overlijden van een familielid, het een gedeelte van de ziel van de overledene mee zal krijgen. Ook deed men aan voorouderverering, waarbij men zich richtte op de geesten van voorouders, die op aarde waren gebleven of die de levenden bezochten.
Veel van deze geloofsovertuigingen leven nog steeds bij stammen en zijn met het christelijk geloof verweven.
