Islam

Herkomst en geschiedenis

De Islam werd gesticht door Mohammed rond het jaar 610 na Chr.. Mohammed werd in 570 geboren in Mekka, nu Saoedi Arabië. De locale godsdienst die toen heerste was een oeroude vorm van Semitisch animisme, die vele goden, godinnen en engelen erkende en daarboven de hoogste god, bekend als Allah. Er heerste ook een sterk gevoel van fatalisme. Aangezien de meeste Semieten nomaden waren, vond men ook joodse en christelijke gemeenschappen in West-Arabië. Zodoende werd Mohammed omgeven door een rijke schakering aan religieuze opvattingen die de ontwikkeling van de Islam hebben beïnvloed.

Mohammed was opvallend religieus en vaak aan het vasten, dromen of mediteren. Hij geloofde steevast in één ware god en raakte gedesillusioneerd door de lokale polytheïstische religies. Op zijn veertigste begon hij openbaringen (boodschappen van god) te krijgen. Hij woonde toen nog steeds in Mekka. In het begin was hij onzeker over de oorsprong van deze openbaringen. Waren zij goddelijk of demonisch van oorsprong? Hij werd echter overtuigd van hun goddelijke oorsprong en bleef openbaringen ontvangen tot aan zijn dood. Soms werden deze uitgesproken door een engel. Later werden zij opgetekend om zo de Koran (het heilige boek van de Islam) te vormen. Mohammed genoot een goede reputatie en kreeg al snel een kleine groep volgelingen, maar werd tegengewerkt door de polytheïsten. Vervolging dwong Mohammed en zijn volgelingen uiteindelijk in het jaar 622 uit te wijken naar Medina.

Medina werd verdeeld door twee elkaar vijandige gemeenschappen, maar de meeste mensen geloofden dat Mohammed een profeet was en vormden een nieuwe gemeenschap met de immigranten uit Mekka. Hier werd feitelijk het begin van de islamitische wereld gevormd. Men heeft gesuggereerd dat de joodse verwachting van de Messias de acceptatie van Mohammed als profeet heeft beïnvloed. De Islam begon vormen aan te nemen die vergelijkbaar zijn met die van vandaag, inclusief gebedsrituelen, vasten, het geven van aalmoezen en de pelgrimsreis naar Mekka.

De nieuwe religie werd echter niet geaccepteerd door de lokale joodse en christelijke gemeenschappen. Verschillende joodse groeperingen verwierpen de Koran en verzetten zich tegen Mohammed. Dit leidde tot bloedvergieten en uitbanning van twee joodse groepen. Mohammed kwam terug op zijn eerdere visie van Jeruzalem als centrum van aanbidding en bedevaart voor de Islam naar Mekka als centrum. Hij keerde met een leger terug naar Mekka en veroverde het. De bewoners van Mekka werden door hem goed behandeld en de meesten werden moslim. Ook vele stammen in Saoedi-Arabië bekeerden zich. Mohammed was de religieuze en politieke leider geworden.

Toen Mohammed in 632 overleed had hij geen opvolger aangewezen. Het volk koos echter Abu Bakr, een van zijn eerste volgelingen, als opvolger. Deze was gedurende ongeveer 2 jaar hun leider en werd opgevolgd door nog 3 andere zogeheten kaliefs (opvolgers van Mohammed). Vraagstukken met betrekking tot opvolging, traditie en leiderschap splitsten echter de Islam op in twee richtingen, die tot op vandaag nog bestaan: Soennieten en Sjiïeten.

De vijf zuilen van de Islam

Geloofsgetuigenis (Shahada): dit is de eerste zuil binnen de Islam:
‘Ik geloof dat er geen andere god is dan Allah; ik geloof dat Mohammed Allah’s boodschapper is.’ Deze woorden worden bij de geboorte van een kind als eerste in het oor gefluisterd, en vormen tevens de laatste woorden van vele moslims. Zij duiden, als zij oprecht en met toewijding worden uitgesproken, op de aanvaarding van het islamitische geloof.

Gebed (Salat): van iedere moslim wordt verlangd dat hij vijf maal per dag op gezette tijden bidt, individueel of samen met anderen. Ook wordt van hem verlangd dat hij iedere vrijdag om 12.00 uur een dienst bezoekt in de moskee.

Het geven van aalmoezen (Zakat): aalmoezen worden gegeven aan de armen, hulpbehoevenden, schuldenaren, gevangenen of reizigers. Over het algemeen geeft men 2 tot 2,5 % van het jaarinkomen, maar de Koran legt minder nadruk op het bedrag dan op de wijze waarop dit gegeven wordt.

Vasten (Sawm): gedurende de maand Ramadan (de negende maan), worden alle moslims geacht te vasten zolang het licht is. Zij moeten zich onthouden van voedsel, drank, roken, en seksuele activiteit. Na zonsondergang is dit alles weer toegestaan.

Bedevaartstocht (Hajj): iedere moslim wordt geacht om in iedere geval eenmaal in zijn/haar leven een bedevaartstocht naar Mekka te maken. Bedevaartstochten per volmacht zijn mogelijk voor mensen die aan huis gebonden, ziek of oud zijn. Bedevaartstochten naar Mekka kunnen ten allen tijde ondernomen worden, maar het seizoen van de ‘Grote Bedevaart’ oftewel de ‘Hajj’ vindt plaats in de twaalfde maand. Alle bedevaartslieden dragen witte gewaden, die een toestand van rituele reiniging vertegenwoordigd. Gedurende de bedevaart, worden rituele handelingen verricht en diverse plaatsen bezocht.

Geloofspunten

De Islam leert dat Jezus niet de zoon van God was en niet gekruisigd werd. Hij wordt gezien als een profeet, wiens werk werd overtroffen door Mohammed, de laatste der profeten. Andere profeten zijn o.a. Adam, Noach, Abraham en Johannes de Doper.

De Koran wordt alleen in de Arabische taal als authentiek aanvaard. Sommige mensen in Oost-Azië kunnen de Koran lezen zonder er iets van te begrijpen.

Sommige moslims geloven dat de oorspronkelijke bijbelgedeelten hetzelfde waren als
hun profetische boeken, maar gewijzigd zijn door de joden en de christenen en daarom niet meer geloofwaardig zijn.

De islamitische opvatting over God (Allah) toont sommige overeenkomsten met de christelijke, en kan historisch gezien aangenomen worden als afkomstig van joodse of christelijke opvattingen. Zij verschilt echter in die zin, dat men de Drie-eenheid niet aanvaardt en God niet ziet als een Vader of als een God in een eeuwige relatie met de mens.

Wat is er aantrekkelijk aan de Islam?

  • Het is een religie die zekerheid en traditie biedt
  • Het geeft een gevoel van gemeenschappelijkheid en identiteit
  • Gebed is belangrijk – mensen kunnen met God praten
  • Er is een besef van de grootheid van God
  • Het brengt een besef en waardering van een geestelijke realiteit