Hindoeïsme
Inleiding
Het Hindoeïsme is een van ’s werelds oudste en invloedrijkste godsdiensten. Het is uitermate gevarieerd. In verschillende landen, regio’s en dorpen komt men verschillende manieren van beoefening en geloof tegen.
Er was een tijd dat het Hindoeïsme in Zuidoost-Azië wijd verspreid was. Vanaf omstreeks 600 v. Chr. strekte het zich uit van India naar Sri Lanka, Cambodja, Maleisië, Indonesië en de Filippijnen. Later werd het in het grootste gedeelte van Oost-Azië overschaduwd door het Boeddhisme en de Islam. In Bali en delen van Oost-Java houdt het echter nog steeds stand. Sinds het einde van de 19e eeuw is het Hindoeïsme zelfs opnieuw ingevoerd op het schiereiland Maleisië.
Geschiedenis en oorsprong
Het Hindoeïsme is omstreeks 1500 v. Chr. in India ontstaan. Het was polytheïstisch en ritualistisch. Oorspronkelijk waren alle rituelen eenvoudig en werden ze thuis uitgevoerd. Langzamerhand werden zij gecompliceerder en werd er een priesterklasse in het leven geroepen en opgeleid om de rituelen uit te voeren. De priesters werden zodoende de toegangspoort tot de goden.
In 600 v. Chr. kwam het volk in opstand tegen de priesters, die de touwtjes in handen hadden gekregen. Een nieuwe vorm van Hindoeïsme ontwikkelde zich, waarin meer de nadruk gelegd werd op persoonlijke meditatie dan de rituelen van de priesters. Vandaag de dag treft men thuis heiligdommen en rituelen aan, maar ook plaatselijke heiligdommen en beroemde tempels en pelgrimsoorden.
Geloof
De hindoe ziet de kosmos als een sfeer, die verschillende concentrische lagen van zeeën, continenten, hemelen en ‘hellen’ omsluit.
Brahman is de uiterste werkelijkheid; de hoogste bron van al het zijn. Het is een onpersoonlijke, universele kracht, die niet uitgelegd kan worden. De kosmos is een uitdrukking van Brahman. De meeste hindoes geloven, dat zij ook een uitdrukking van Brahman zijn.
Atman is de ziel of het zelf, een inherent eeuwig deel van alle levende dingen, dat vereniging met Brahman zoekt.
Maja is een centraal hindoeïstisch begrip. De zichtbare wereld is Maja; het verschijnt zoals wij het zien, maar verbergt ook weer een andere werkelijkheid.
Tijd is een cirkel en niet een rechte lijn. Ook verliest zij aan kwaliteit, zij beweegt zich van een gouden periode door twee minder goede perioden tot aan de huidige verworden tijd. Aan het einde van elke periode waarin wij nu leven, vernietigt een vuur of vloed het heelal en volgt er een nieuwe gouden periode; zo draait de tijd in een cirkel rond.
Het menselijk leven is ook een cirkel. De Hindoe gelooft in de reïncarnatie: de ziel wordt, na de lichamelijke dood, in het lichaam van iemand anders of in een dier herboren. Het voortdurende proces van reïncarnatie wordt samsara genoemd. De karma bepaalt iedere nieuwe geboorte. Deze is gebaseerd op onze onwetendheid. Daar wij vergeten hadden dat wij een verlengstuk van Brahman zijn, zijn wij onze verlangens gevolgd en zijn zodoende gebonden aan de wet van de karma. Wij oogsten wat wij zaaien, in dit leven en de toekomstige levens.
Moksha is het verlost zijn van karma, dood, aftakeling, kwaadheid, lusten en maja. Deze verlossing wordt bereikt door inzicht en het je losmaken van wereldse genoegens. Wij moeten inzien dat het ‘zelf’ niet in werkelijkheid bestaat; werkelijkheid is de eenheid van Brahman. Wij moeten ‘zijn en niet doen’.
Deze verlichting kan op drie manieren worden bereikt:
- Werken en rituelen (de weg van de wereld)
- Kennis en meditatie (de weg van de zelfverloochening)
- Devotie (een middenweg)
- Devotie wordt soms vertaald als toewijding aan God, die benaderbaar is, redding als een geschenk geeft, niet een beloning voor werken. Soms wordt het ook vertaald als toewijding aan een godheid of iets menselijks zoals het gezin of iemands meester.
De heilige koe
Van oudsher heeft men de koe gezien als een symbool van het heelal en zijn geschenken aan de mensheid. Koeien zijn de gevers van leven, voedsel, offerande en aanbidding. Zij worden niet gegeten en de meerderheid van de hindoes is vegetariër. De melk, urine en de mest worden echter voor voedsel, rituelen en brandstof gebruikt. Krishna wordt vaak afgebeeld als een kudde koeien.
Geschriften
Veda’s: deze zijn de oudste hindoe geschriften. Zij beschrijven de godsdienst van het Arische volk, dat omstreeks 1500 v. Chr. in India neerstreek. Zij waren nomaden, waarschijnlijk van centraal Azië of de Balkan. Hun godsdienst omvatte offers aan goden, die de krachten van de natuur vertegenwoordigen. Veda betekent ‘kennis’. Er bestaan vier Veda’s, waarvan de oudste de Rig Vada is. Elk is onderverdeeld in vier delen: mantra’s (verzen of godsdienstige liederen, gezongen gedurende rituele handelingen), brahmana’s (uitleggingen van de mantra’s), aranjaka’s (overdenkingen over de betekenis van de mantra’s) en upanishads (filosofische, dichterlijke en mystieke meditaties over de aard van het bestaan, atman, Brahman en het heelal).
Een drietal goden
Brahma
Schepper
Afgebeeld met vier armen (vier veda’s vasthoudend) en vier gezichten (de vier kompasrichtingen)
Shiva
Vernietiger
Een godheid in wie alle tegenstellingen zich verenigen. Belichaming van kosmische energie en symbool van mannelijke vruchtbaarheid.
Vishnu
Behoeder
Verantwoordelijk voor het menselijk lot en symbool van goddelijke liefde.
Krishna
Populairste incarnatie (avatar) van Vishnu.
Twee heldenverhalen
Ramajana
De Ramajana bestaat uit 24.000 coupletten over het leven van Rama, een goede koning en een incarnatie van de god Vishna. Hij wordt afgebeeld als een Odysseusfiguur. Een Ramajanadans wordt nog steeds uitgevoerd in Cambodja en Indonesië.
De Mahabharata
Het verhaal van de Arische clans, in 100.000 verzen verteld, is over een periode van 800 jaar opgesteld. Hierbij is de gewijde Bhagavad Gita of ‘Lied van de gezegende Heer’ inbegrepen, het meest bekende hindoeïstische geschrift.
Goden en godinnen
Er bestaan duizenden hindoeïstische godheden maar hun verering verschilt per regio. De meeste hindoes geloven in een drietal goden; manifestaties van Brahman: Brahma (schepper), Shiva (vernietiger) en Vishnu (behoeder). Sommigen geloven echter in één god, sommigen geloven in vele goden, sommigen in helemaal geen god en sommigen in verscheidene verschijningsvormen van één god.
Andere punten
Zonde wordt veroorzaakt door onwetendheid wat op haar beurt weer slecht karma produceert
God is een onpersoonlijke kracht, of één onder vele goden en het ligt voor de hand dat Jezus ook geïdentificeerd wordt met een van de vele godheden
Het christendom wordt gezien als een westerse godsdienst en christenen dwingen op geestelijk gebied geen respect af omdat velen van hen vlees eten en materialisten zijn
Er zijn veel wegen die tot God leiden
‘Wedergeboren’ te zijn impliceert reïncarnatie
